Gymnasium Juvenaat

De Vakken

In de eerste klas krijg uiteraard ook al Latijn. Daarnaast volg je de vakken TNS (techniek natuur-en scheikunde), Nederlands,Engels, Frans, biologie, informatiekunde, geschiedenis,aardrijkskunde, wiskunde, lichamelijke opvoeding, beeldende vorming, levensbeschouwing en muziek.

Als je voor het Gymnasium Juvenaat kiest, kies je voor een school waar het vak Engels helemaal in het Engels wordt gegeven. Alle leerlingen worden voorbereid op het eerste examen van het zogenaamde Cambridge Engels. Met dit examen behaal je het First Certificate in English (FCE). De Cambridge-certificaten worden wereldwijd erkend. Dit eerste examen kun je aan het einde van de derde klas afleggen. Als je goed bent in Engels, kan je er na de derde klas voor kiezen om nog verder te gaan met Cambridge Engels. Je doet dan mee aan het examen voor het Certificate in Advanced English (CAE).

Dit schooljaar is voor het vak Frans een keuzeprogramma gestart dat DELF (Diplôme d’Etudes en Langue Française) heet. Je kunt dan als je dat wil speciale lessen volgen en ook zulke certificaten halen, maar dan voor Frans.

En er zijn al plannen om hetzelfde voor het vak Duits te doen met het Goetheprogramma. Het zou best kunnen, dat je er na je eindexamen voor kiest (een deel van) je studie aan een buitenlandse universiteit te gaan volgen. Met een gymnasiumdiploma van het Gymnasium Juvenaat en een of meer certificaten voor Cambridge, Delf of Goethe op zak ben je daar uitstekend op voorbereid!

Op het Gymnasium Juvenaat krijg je les in de klassieke talen Latijn en Grieks. Ze worden ‘dode talen’ genoemd, omdat ze tegenwoordig niet meer gesproken worden. Op het gymnasium leer je ze deze talen, omdat de Grieken en de Romeinen veel invloed hebben gehad op de talen en culturen van Europa.

Om Latijn en Grieks te leren, is het noodzakelijk om ook de cultuur en de geschiedenis van de Oudheid te leren kennen. Daarom wordt er veel aandacht besteed aan het dagelijks leven van de Grieken en de Romeinen, hun geloof en de daarbij behorende mythen. In de vijfde klas ga je met je klasgenoten en een aantal docenten tien dagen lang naar Italië, waar nog heel veel van de Griekse- en Romeinse cultuur is terug te vinden.

In de 1e klas krijg je Latijn en vanaf de 2e klas ook Grieks. Je zult merken dat er veel Griekse en Latijnse woorden zijn, die je al kent. Veel van die woorden komen namelijk voor in moderne talen, zoals Engels, Frans en Spaans, maar zeker ook in het Nederlands (murus = muur, stadion = stadion). Zo dood zijn Latijn en Grieks dus helemaal niet!